Bijgewerkt op

1 januari 2028: het echte kantelpunt in box 3

Veel beleggers kijken nog naar de discussie over forfaitaire rendementen. Het echte kantelpunt ligt volgens de huidige planning bij de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2028, wanneer box 3 zou overgaan op belasting over werkelijk rendement.

Box 38 min lezen

Stand van zaken op 5 oktober 2026

Huidige regels: in 2026 geldt het forfaitaire box 3-stelsel met een tegenbewijsregeling. Het heffingsvrij vermogen is €59.357 per persoon. Met de tegenbewijsregeling kunt u aantonen dat uw werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement.

Voorstel voor 2027: volgens de ontwerpnovelle van 2 oktober 2026 blijft het forfaitaire stelsel in 2027 gelden, met een heffingsvrij vermogen van €30.846 en een forfait voor overige bezittingen van 7,87%. Dat zijn voorgestelde bedragen; het kabinet werkt alternatieve dekkingsmaatregelen uit om kleine spaarders te ontzien.

Wetsvoorstel vanaf 2028: de Wet werkelijk rendement box 3 ligt bij de Eerste Kamer, met 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum. Volgens de ontwerpnovelle vallen financiële instrumenten vanaf 2028 onder vermogenswinstbelasting. Direct aangehouden crypto bij een exchange of in een eigen wallet valt vanaf 2028 voorlopig onder vermogensaanwasbelasting: ook ongerealiseerde waardeveranderingen tellen dan mee. Voor die categorie is de overgang naar vermogenswinstbelasting beoogd vanaf 2030.

De voorgestelde wijzigingen voor 2027 en het nieuwe stelsel vanaf 2028 zijn nog niet definitief. De ontwerpnovelle ligt voor advies bij de Raad van State en moet nog door beide Kamers worden behandeld.

Wat verandert er fundamenteel?

Veel beleggers kijken nog naar de huidige discussie over forfaitaire rendementen. Het echte kantelpunt ligt volgens de huidige planning bij 1 januari 2028: dat is de beoogde ingangsdatum waarop box 3 zou overgaan op belasting over werkelijk rendement. De wetgeving is nog niet definitief, maar mocht dit doorgaan, dan is dat geen technische aanpassing. Het verandert het gedrag van beleggers.

In het huidige stelsel wordt gewerkt met forfaitaire rendementen. In het beoogde stelsel wordt gekeken naar het daadwerkelijke rendement op vermogen. Dat zou betekenen: werkelijke rente-inkomsten tellen mee, werkelijke dividendinkomsten tellen mee, waardestijgingen kunnen belast worden en administratie wordt bepalend. Voor direct aangehouden crypto zou dat volgens de ontwerpnovelle vanaf 2028 voorlopig jaarlijks gebeuren, ook zonder verkoop. Voor beleggers met volatiele vermogensbestanddelen, zoals crypto, kan dit grote gevolgen hebben zodra het stelsel in werking treedt.

Waarom dit een gedragsverandering is

Het nieuwe stelsel dwingt tot nauwkeurige vastlegging van transacties, bewust omgaan met waardemomenten en strategische keuzes rond realisatie van winst. Beleggen wordt niet alleen financieel, maar ook fiscaal een strategische activiteit.

Wat betekent dit voor cryptovermogen?

Crypto kent grote koersschommelingen, stakingopbrengsten, lending-inkomsten en activiteiten die mogelijk box 1 raken. Zonder goede vastlegging ontstaat onzekerheid. En onzekerheid betekent risico.

Vooruitkijken in plaats van reageren

2028 lijkt ver weg. Maar structuur bouwt u niet in één jaar. Wie nu anticipeert, voorkomt later correcties, naheffingen en discussie.

Wilt u weten hoe uw vermogen eruitziet onder het nieuwe stelsel? Plan een intake en krijg helderheid vóórdat het systeem wijzigt.

De beoogde planning — en waarom die niet vaststaat

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ligt bij de Eerste Kamer, met 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum. Op 2 oktober 2026 volgde een ontwerpnovelle die het voorstel aanpast; die ligt voor advies bij de Raad van State. De datum is eerder verschoven en het wetgevingstraject is nog niet afgerond.

Behandel 2028 daarom als planning, niet als zekerheid. Wat wél zichtbaar is, is de richting: van forfaitair naar werkelijk, en van een geschatte grondslag naar een onderbouwde grondslag.

Verwar dat niet met de bestaande tegenbewijsregeling. Die hoort bij het huidige forfaitaire stelsel: u kunt daarmee aantonen dat uw werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement. In het voorgestelde nieuwe stelsel wordt het werkelijke rendement zelf de grondslag, en volgens de toelichting bij de novelle gelden daarvoor andere regels dan in de tegenbewijsregeling.

Voor de voorbereiding maakt uitstel weinig uit. De administratie die het nieuwe stelsel vraagt, is dezelfde administratie die u nu al nodig heeft bij een controle, een bankvraag of een DAC8-verschil.

Startwaardering: het bedrag waarmee u begint

Vermogenswinstbelasting: belast wordt bij realisatie, als het verschil tussen overdrachtsprijs en verkrijgingsprijs. Volgens het wetsvoorstel en de ontwerpnovelle wordt voor bezit dat u op 1 januari 2028 al heeft, de verkrijgingsprijs gesteld op de waarde in het economische verkeer op 1 januari 2028. Waardeontwikkeling van vóór die datum blijft daarmee buiten de vermogenswinstbelasting. Dat geldt volgens het voorstel voor onroerende zaken en financiële instrumenten.

Vermogensaanwasbelasting: dit is volgens de ontwerpnovelle vanaf 2028 voorlopig de categorie voor direct aangehouden crypto. Daarbij is geen sprake van een startwaarde in die zin. Het rendement wordt per jaar berekend uit de waarde aan het begin en het einde van het jaar, gecorrigeerd voor stortingen, onttrekkingen en ontvangen inkomsten.

Hoe de beoogde overgang van direct aangehouden crypto naar vermogenswinstbelasting vanaf 2030 wordt vormgegeven, ligt nog niet vast. Ga er daarom niet van uit dat uw historische aankoopprijs automatisch de fiscale startwaarde van uw directe crypto bepaalt.

Wat u nu wel kunt doen, is de gegevens veiligstellen: aankoopdata, aankoopprijzen en de waarde per 1 januari van elk jaar. Die heeft u nodig voor de jaarlijkse berekening, voor vragen over de herkomst van vermogen en voor welke overgangsregeling er ook komt.

Waarderingsmethodiek bij crypto

Waarderen klinkt eenvoudig — aantal maal koers — maar bij crypto stapelen de keuzes zich op. Welke exchange of koersindex gebruikt u? Welk tijdstip op de peildatum? Welke wisselkoers als het paar in dollars noteert? Wat doet u met tokens die nauwelijks worden verhandeld?

Kies één methode en houd die vol over de jaren heen. Consistentie is verdedigbaar; wisselen per jaar naar de gunstigste bron is dat niet.

Leg de methode expliciet vast in een korte notitie bij elke aangifte: bron, tijdstip, valuta, en de behandeling van illiquide posities. Dat document is bij een latere vraag meer waard dan het bedrag zelf.

Let ook op posities die geen eenduidige koers hebben: liquid-stakingbewijzen, poolaandelen, gelockte tokens en tokens van projecten die zijn gestopt. Benoem die apart in plaats van ze mee te middelen.

Werkelijk rendement onderbouwen

Onder een stelsel van werkelijk rendement moet u kunnen laten zien welk resultaat u daadwerkelijk heeft behaald. Dat is meer dan een begin- en eindsaldo.

U heeft nodig: de beginwaarde per positie, alle aankopen en verkopen met datum en euro-waarde, alle ontvangen beloningen zoals staking- en lendingopbrengsten, alle stortingen en opnames uit privé, en de eindwaarde per positie.

Pas dan is de rekensom sluitend: eindwaarde minus beginwaarde, gecorrigeerd voor stortingen en onttrekkingen, is het resultaat. Elke ontbrekende storting of onttrekking verschijnt anders als rendement dat u nooit heeft behaald.

Deze berekening maakt u niet achteraf uit het geheugen. Zij vraagt om jaarlijks bewaarde exports.

Liquiditeitsrisico bij volatiel vermogen

Voor direct aangehouden crypto wordt volgens de ontwerpnovelle vanaf 2028 voorlopig ook ongerealiseerde waardeontwikkeling belast. Dan kan er belasting verschuldigd zijn over winst die nog in de portefeuille zit. Bij een stijging in het jaar en een scherpe daling daarna kan de aanslag hoger uitvallen dan de resterende waarde van de positie.

Dat risico is bij directe crypto groot, omdat de uitslagen groot zijn en de portefeuille zelden een kasstroom oplevert waarmee de heffing kan worden voldaan. Voor aandelen en andere financiële instrumenten speelt het volgens de ontwerpnovelle niet op dezelfde manier, omdat die vanaf 2028 onder vermogenswinstbelasting zouden vallen.

Praktische voorbereiding: houd rekening met een liquiditeitsbuffer, weet welke posities u zou verkopen als er moet worden afgerekend, en bedenk vooraf hoe u omgaat met posities die in een lock-up zitten. Verliesverrekening is in de plannen voorzien, maar de exacte vormgeving en beperkingen staan nog niet vast.

Samenhang met DAC8 en CARF

De twee ontwikkelingen versterken elkaar. DAC8 en CARF zorgen dat gegevens over uw cryptorekeningen bij de Belastingdienst binnenkomen; een stelsel van werkelijk rendement vraagt om detailgegevens over uw resultaat.

Het gevolg is dat er twee datasets naast elkaar komen te liggen: die van de dienstverleners en die van uzelf. Waar die niet aansluiten, ontstaat een vraag.

Verschillen zijn vaak verklaarbaar — interne overboekingen, afwijkende koersbronnen, posities in eigen wallets die niet worden gerapporteerd. Maar de verklaring moet er wel liggen.

Concrete voorbereidingsstappen

1. Exporteer nu de volledige transactiehistorie van elke exchange, ook van accounts die u niet meer gebruikt. Bewaar het ruwe bestand.

2. Leg per positie de aankoopdatum en aankoopprijs vast; die gegevens heeft u nodig, welke overgangsregeling er ook komt.

3. Noteer de waarde per 1 januari van elk jaar, met bron en tijdstip, en houd die methode consistent.

4. Inventariseer alle wallets en adressen die van u zijn en documenteer welke overboekingen intern zijn.

5. Breng staking-, lending- en DeFi-opbrengsten in kaart per periode.

6. Maak per jaar een aansluiting tussen begin- en eindpositie, met stortingen en onttrekkingen apart.

7. Leg uw waarderings- en aggregatiekeuzes schriftelijk vast in een korte jaarnotitie.

8. Beoordeel uw liquiditeitspositie: kunt u een heffing voldoen zonder gedwongen te verkopen?

Complexe crypto-administratie, reconstructie of Box 3-vraag?

Cryptoklaar helpt bij situaties waarin transacties, historie of fiscale verwerking niet eenvoudig zijn.

Intake 30 minuten · €75 inclusief btw · verrekenbaar bij opdracht